
Monseñor Romero herdenken in de veertigdagentijd
Dit jaar viert de KU Leuven het 600-jarig bestaan van de universiteit. Deze bijzondere verjaardag kwam al duidelijk in de media, en ook het bezoek van paus Franciscus eind september vorig jaar was er mede op uitnodiging van de KU Leuven. Wat wellicht niet (meer) gekend is, en wat ik toch graag opnieuw onder de aandacht wil brengen, is het bezoek van de Salvadoraanse Aartsbisschop Óscar Arnulfo Romero aan de Leuvense universiteit 45 jaar geleden. Enkele maanden later zou ik er zelf gaan studeren. Nog veel later vertrok ik dan ook als priester in zending naar El Salvador om daar tussen en met de arme bevolking te wonen en te werken. Het lijkt alsof Romero mijn wegbereider is geworden...
Kort na zijn bezoek zou Monseñor Romero tijdens een eucharistieviering vermoord worden op 24 maart 1980 in San Salvador, de hoofdstad van El Salvador (Centraal-Amerika).
Dit was toen echt wereldnieuws en ook bij ons in België was de moordaanslag op deze profetische bisschop voor heel velen een schokkend bericht. Ik kan het mij bijzonder goed herinneren. Maar even terug dus in de geschiedenis...
De stem van de stemlozen
Eind januari en begin februari 1980 verblijft Monseñor Romero enkele dagen in Europa, eerst in Rome waar hij paus Johannes Paulus II ontmoet, en daarna in ons land waar hij op 2 februari aan de KU Leuven een eredoctoraat in ontvangst mag nemen. In Brugge ontmoet hij dan ook de toenmalige bisschop De Smedt en de West-Vlaamse Basisgemeenschappen in de parochiezaal van de Brugse Sint-Annaparochie, die na zijn bezoek nu al vele jaren de ‘Romero-zaal’ heet. De opkomst aldaar was massaal en zeer begeesterend. Terug in El Salvador zegt Romero in een commentaar nadien (10 februari) over dit verblijf:
"Ik heb begrepen dat velen met sympathie en met solidariteit de strijd om bevrijding van ons volk van dichtbij volgen, verwonderd ook dat er hier (in El Salvador) nog steeds een oligarchie bestaat die zich zo gesloten, egoïstisch en ongevoelig opstelt tegenover het lijden van de meerderheid…"
Romero was toen al drie jaar aartsbisschop van San Salvador en hij benadrukte voortdurend als profetische stem de onderdrukking van de arme meerderheid in zijn land door een elitaire en superrijke minderheid die steeds reageerde tegen elke vorm van protest met het bloedig geweld van de gevreesde militaire doodseskaders. Zelf werd Romero tijdens die jaren meerdere malen met de dood bedreigd, maar toch bleef hij onverminderd zeggen: “Soy la voz de los sin voz”, ‘Ik ben de stem van de stemlozen’.
Lees verder onder de afbeelding

Bezoek aan Leuven
Op 2 februari, het patroonsfeest van de Leuvense universiteit, hield Monseñor Romero naar aanleiding dus van zijn eredoctoraat een zeer sterke toespraak:
"La dimensión política de la fe desde la opción por los pobres." (De politieke dimensie van het geloof vanuit de keuze voor de armen)
Deze rede mag vergeleken worden met de eerdere toespraken en sermoenen van Rev. Martin Luther King, die andere grote profeet uit de 20ste eeuw, ook vermoord, op 4 april 1968. Na een inleiding bespreekt Romero in het eerste hoofdstuk het optreden van de kerk in het aartsbisdom San Salvador. Hij verklaart dat de pastorale activiteit van zijn aartsbisdom de voorbije jaren een lijn heeft gevolgd die enkel maar uitgelegd en verstaan kan worden als een zich toekeren naar de wereld van de armen in hun concrete bestaan. Ik vertaalde en citeer letterlijk de eerste gedachte van dit hoofdstuk, die ook in deze veertigdagentijd opnieuw kan inspireren:
Binnentreden in de wereld van de armen (‘Encarnación en el mundo de los pobres’):
“Zoals elders in Latijns-Amerika zijn na jaren, eigenlijk na eeuwen, de woorden van Exodus tot ons doorgedrongen:
‘Ik heb het klagen van mijn volk gehoord, en de verdrukking waaronder het lijdt heb Ik gezien’ (Ex. 3,9).
Deze bijbelwoorden hebben ons nu doen zien wat er bij ons altijd al geweest is, maar wat verborgen bleef, zelfs voor de blik van de Kerk.
Zo hebben we geleerd wat het grote feit is van onze tijd, en in Medellín (Colombia, 1968) en Puebla (México, 1979) hebben we (de Latijns-Amerikaanse bisschoppenconferenties) daar een oordeel over uitgesproken: ‘Deze ellende die algemeen is, is een onrechtvaardigheid die ten hemel schreit’ (Medellín, Justicia, 1).
In Puebla hebben we verklaard: ‘De meest vernielende en vernederende plaag is de toestand van onmenselijke armoede waarin miljoenen Latijns-Amerikanen leven, en die zichtbaar is in hongersalarissen, werkloosheid, ondervoeding, hoge kindersterfte, woningnood, ziekte en onstabiele werkgelegenheid’ (Puebla, 29).
Die werkelijkheid zien, en erdoor geschokt worden, heeft ons niet van ons geloof afgebracht, maar ons naar de wereld van de armen toegekeerd. Daar was onze plaats.
Het was de eerste echte stap om helemaal in de wereld van de armen binnen te treden.
In die wereld hebben we de gezichten gezien van de arme mensen (Puebla, 31-39).
We hebben gezien dat de landelijke bevolking geen grond heeft en geen vast werk, dat er in hun hutten geen water is en geen licht, dat moeders er bevallen zonder hulp, en dat er voor de opgroeiende kinderen geen scholen zijn. We hebben de arbeiders gezien zonder recht op arbeid, die ontslagen worden als ze om aandacht vragen, en die de slachtoffers zijn van koude economische planning. We hebben de moeders en echtgenoten leren kennen van mensen die ‘verdwijnen’, en van politieke gevangenen. We hebben de krotbewoners ontmoet, die leven in een ellende welke alle verbeelding overtreft, in de onmiddellijke en vernederende nabijheid van luxewoningen.
In die wereld zonder menselijk gezicht, vandaag teken van de Lijdende Dienaar van Jahwe, is de Kerk van mijn aartsbisdom binnengetreden. Het moge niet triomfalistisch klinken, want er ontbreekt ons nog veel. Toch zeg ik het met vreugde, want we hebben de inspanning gedaan om daar niet aan voorbij te gaan. We zijn niet in een boog om de gekwetste heengegaan, maar zoals de barmhartige Samaritaan bekommeren wij ons om hem.
De wereld van de armen binnengaan, betekent voor ons tegelijk incarnatie als bekering.
We slaagden er niet in de nodige veranderingen in de Kerk en in de pastoraal, in de opvoeding, in het religieus en priesterlijk leven en in de lekenbewegingen door te voeren, zolang we ons enkel binnen de Kerk bewogen. Nu we in de wereld van de armen zijn binnengetreden, slagen we daar wel in.