
Over ons
Een nieuw aartsbisdom in de woelige zestiende eeuw
Het aartsbisdom Mechelen-Brussel is centraal gelegen in België en heeft een geschiedenis die teruggaat tot het midden van de zestiende eeuw. Op 12 mei 1559 richtte paus Paulus IV met de bul Super Universas drie nieuwe kerkprovincies op in de toenmalige Nederlanden: Mechelen, Utrecht en Kamerijk. De Mechelse kerkprovincie bestond uit het aartsbisdom Mechelen en de bisdommen Ieper, Brugge, Gent, Antwerpen, ’s-Hertogenbosch en Roermond. Het nieuwe aartsbisdom Mechelen was samengesteld uit delen van het bisdom Kamerijk (voor het westelijke deel) en het bisdom Luik (voor het oostelijke deel).
Behalve Mechelen als zetel van het aartsbisdom waren Brussel als politiek centrum en Leuven als universiteitsstad de belangrijkste stedelijke centra. De Mechelse aartsbisschop kreeg de titel Primas Belgii (Primaat van de Nederlanden) en was daarmee de belangrijkste kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder van de Nederlanden.
Om het nieuwe aartsbisdom een financieel draagvlak te geven werd de benedictijnerabdij van Affligem, gelegen op de grens van het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen, geïncorporeerd in het aartsbisdom Mechelen. Het huidige aartsbisschoppelijk paleis op de Wollemarkt in Mechelen bevindt zich nog steeds op de plaats waar in de zestiende eeuw een refugehuis stond van de abdij van Affligem.
Lees verder onder de foto

Doorstart na de Franse Revolutie
De Franse Revolutie had ook voor het aartsbisdom Mechelen belangrijke gevolgen. De Franse bezetter sloeg alle kerkelijke goederen aan, het aartsbisschoppelijk paleis in Mechelen werd verkocht als nationaal goed en de Mechelse aartsbisschop, kardinaal Joannes Henricus de Franckenberg, stierf in 1804 als balling in Breda. Het concordaat uit 1801 tussen Napoleon en Pius VII normaliseerde de betrekkingen tussen kerk en staat. Ten gevolge ervan werden de grenzen van het aartsbisdom Mechelen hertekend. Het opgeheven bisdom Antwerpen werd bijgevoegd, evenals delen van het bisdom Namen (de huidige provincie Waals-Brabant) en van het aartsbisdom Kamerijk (Halle en delen van het Pajottenland). Het aartsbisdom moest op zijn beurt een aantal decanaten en parochies in Zuid-Oost-Vlaanderen afstaan aan het bisdom Gent.
Zowel territoriaal als demografisch behoorde het aartsbisdom Mechelen na 1801 tot de grootste bisdommen binnen de toenmalige wereldkerk.
Enkele cijfers
Het Aartsbisdom Mechelen-Brussel heeft een oppervlakte van 3.635 km², waarvan 2.383 in Vlaams Brabant en Mechelen (VBM), 161 in Brussel (BR) en 1.091 in Waals Brabant (WB). Het telt 5,8 miljoen inwoners, waarvan 3,1 in VBM, 1,5 in BR en 1,2 in WB. Er zijn 571 parochies (307 in VBM, 102 in BR, 162 in WB) in 13 dekenaten (4 in BR, 9 in WB) en 4 regio’s (VBM).
Eind 2024 telde het Aartsbisdom Mechelen-Brussel:
- 318 diocesane priesters
- 115 religieuzen in dienst van het Aartsbisdom
- 135 priesters van andere bisdommen in dienst van het Aartsbisdom
- 85 permanente diakens
- 68 parochieassistenten
- 210 pastorale werk(st)ers
Nieuws over pastorale activiteiten in het aartsbisdom vindt u op deze site, in de wekelijkse nieuwsbrief en in het jaarrapport van de katholieke Kerk van België