Dieren in de Bijbel (4): kikkers en sprinkhanen
Naast de vredesduif of het heilige lam kent de Bijbel ook een resem ongewenste gasten: kikkers en sprinkhanen bijvoorbeeld.
Onrein en ongewenst
De kikker duikt op in het boek Exodus, tijdens de tweede plaag van Egypte. De toenmalige farao zag in de Israëlieten een stel Handige Harry’s en liet hen een stevig potje werken voor zijn rekening. God echter zag het volk liever weg uit Egypte: in de woestijn waar ze Hem konden vereren. Toen de farao van het koppige soort bleek, besliste God een straf uit te spreken. Eerst veranderde Hij het water van de Nijl in bloed en toen dat niet hielp, sprak hij een tweede straf uit: ‘De rivier zal vol zitten met kikkers. Maar ze zullen ook uit de rivier komen en het paleis in gaan. Ze zullen in uw slaapkamer zitten en in uw bed, in de huizen van uw dienaren en van uw hele volk. Overal, zelfs in de ovens en pannen, zullen kikkers zitten’ (Exodus 7, 28). Om de macht van God te tonen, liet Hij ze de dag daarna plotsklaps weer verdwijnen. ‘Het hele land stonk van de dode kikkers.’ (Exodus 8, 10).
Alsof het beeld van de kikker als smerig beest niet genoeg is, gaat de Openbaring nog een stap verder en vergelijkt de amfibie met een demonische geest.
Ik zag drie kwade geesten die op kikkers leken. De ene kwam uit de bek van de draak, de tweede kwam uit de bek van het beest, de derde kwam uit de mond van de valse profeet.
Openbaring 16, 13
De kikker is in dat verhaal trouwens opnieuw onderdeel van een straf voor het volk. Het zit de amfibie niet mee.
De grote vernieling
Nog zo’n onverlaat in de Bijbel is de sprinkhaan. Goed voor de achtste plaag in Egypte waarbij hele zwermen in een mum van tijd het land overspoelden en kaalgevreten achterlieten.
De grond zag zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten op en alle vruchten aan de bomen, alles wat er nog over was na de hagel. Er was in heel Egypte nergens meer groen aan de bomen of op het land.
Exodus 10, 15
Wat verderop in de Bijbel komen we opnieuw zo’n bende belagers tegen: in het boek over profeet Amos. In een droom krijgt de man te zien wat er met Israël te gebeuren staat en dat God plant om sprinkhanen over het land te brengen en het laatste koren te vernietigen. Dat zou betekenen dat de mensen zonder eten achterblijven en dus richt Amos zich tot God: ‘Hoe kan uw volk zo in leven blijven? Het is maar een heel klein volk. Blijf toch niet kwaad op hen. En de Heer kreeg spijt en zei: ‘Het zal niet gebeuren’ (Amos 7, 2-3). Crisis afgewend, Amos tevreden en de sprinkhanen een symbool voor boetedoening en vergeving.
In tegenstelling tot de kikker wordt de sprinkhaan trouwens niet beschouwd als onrein. Het dier is een veelvraat, maar mag dus ook zelf opgegeten worden. Johannes de Doper bijvoorbeeld zou zich – als een ware trendsetter van zijn tijd – gevoed hebben met sprinkhanen en honing (Mattheüs 3, 4).