Commentaar bijbellezing 23/3: ‘Groeien er vruchten?’ - Koen Vanhoutte
Evangelie: Lucas 13, 1-9— ‘Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht'
In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd. Daarop zei Jezus: ‘Denkt ge dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of die achttien die gedood werden doordat de toren bij de Silóam op hen viel: denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen.’ Toen vertelde Hij de volgende gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom die in zijn wijngaard geplant stond; hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Toen zei hij tot de wijngaardenier: Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgenboom vruchten zoeken maar ik vind er geen. Hak hem om! Waartoe put hij nog de grond uit? Maar de man gaf hem ten antwoord: Heer, laat hem dit jaar nog staan: laat mij eerst de grond eromheen omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken.’
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Groeien er vruchten?’
Je verliest soms je geduld als anderen niet zo snel worden als jij dat wenst. Je wordt ongeduldig wanneer je merkt hoe traag je zelf groeit als mens en als christen. Hoe kijkt God naar mensen? Hij schenkt hen de gaven van leven en vrijheid en hoopt dat ze mens worden zoals Hij het bedoelt. Hij zoekt vruchten bij ons: vruchten van vertrouwen, goedheid en zelfgave. Soms is dat vruchteloos. Ons hart wordt meegesleurd in stromen van kwaad. De Schrift laat soms een ontgoochelde God aan het woord die dreigt het op te geven met de mens. Maar zover komt het niet. Hij zendt zijn Zoon die ons voorleeft hoe we mens kunnen zijn naar Gods hart. Jezus is onze pleitbezorger bij de Vader. Hij komt onze zwakheid te hulp en geeft ons leven kans op vruchtbaarheid. Hij laat het levenssap van zijn Geest in ons stromen. Ongeduld en ontgoocheling worden omgebogen tot hoop. God verwacht veel van mensen die herboren zijn uit water en Geest. Hij wacht hoopvol op de vruchten van de Geest die ons leven sieren. Deze vruchten worden een bron van vreugde voor Hem en voor ons.
Meer kan Hij niet doen na de gave van zijn Zoon en van zijn Geest. Hij omgeeft ons met genade, maar zet ons nooit onder druk. Hij reikt zijn hand maar dringt zich niet op. Hij wacht op vruchten en vooral op onze vrije medewerking. Geen vruchten zonder verlangen naar vernieuwing. Hij ziet uit naar onze bekering. In Jezus heeft Hij zich helemaal naar ons toegekeerd en wacht Hij tot wij ons tot Hem keren en van harte meestappen in het voetspoor van de nieuwe Mens. Hij zou niets liever willen zien. Maar of het zover komt, hangt van ons af. De parabel van de onvruchtbare vijgenboom kent een open einde; er klinkt geen ‘happy end’. Het is aan ons om de parabel af te maken. Het is aan ons om in deze veertigdagentijd Gods geduld niet te lang op de proef te stellen. Hij ziet uit naar de eerste vruchten van bekering. Laten we Hem die aanbieden, dankbaar voor alles wat Hij ons zo overvloedig schenkt.
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.