Commentaar bijbellezing 30/3: ‘Over verloren zoon nummer twee’ - Nikolaas Sintobin
Evangelie: Lucas 15, 1-3.11-32 – ‘Hij was verloren en is teruggevonden’
In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Hij hield hun deze gelijkenis voor: ‘Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader, geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En de vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land die hem het veld instuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners.
Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk. Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.
Ze begonnen dus feest te vieren. Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had. Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Maar de oudste zoon werd kwaad en wilde niet naar binnen.
Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong, gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten. Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou. Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden, verloren was en is teruggevonden.’
Commentaar Nikolaas Sintobin: ‘Over verloren zoon nummer twee’
De jongste zoon uit deze parabel wordt vaak voorgesteld als degene met wie het echt heel slecht gaat. Toch zijn er goede redenen om aan te nemen dat ook de oudste zoon in de problemen zit. In dit stuk zal ik vooral focussen op deze oudste zoon. Ook hij is verloren. Het verschil met zijn broer is dat hij dit niet lijkt te beseffen. Hij gaat prat op zijn gehoorzaamheid en voorbeeldigheid. Net als zijn broer beroept hij zich op de wet en de regels om zijn houding te rechtvaardigen: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” Zijn legalisme leidt hem naar een patstelling. Zijn houding verknecht hem en maakt hem onvrij.
De oudste zoon heeft ervoor gekozen bij zijn vader te blijven, wellicht vanuit oprecht verlangen. Nauwgezet doet hij – of meent hij te doen – wat zijn vader van hem verlangt. Hij werkt de hele tijd voor hem en is hem gehoorzaam. De oudste zoon is een man van de wet. Toch is hij, net als zijn jongere broer, in zijn hart ver verwijderd geraakt van zijn vader. Hij kan het leven niet vieren en lijkt er angst voor te hebben. Hij heeft zichzelf gebarricadeerd achter de veiligheid van regeltjes. Voor hem is de wet een belemmering geworden om lief te hebben. Wanneer hij ziet dat anderen – zoals zijn broer – de weg vinden naar volheid van leven, voelt hij zich bedreigd. Hij is jaloers.
Blijkbaar is de groothartigheid van zijn vader ontgaan aan deze al te voorbeeldige man.
De oudste zoon verwijt zijn vader dat hij hem nooit iets heeft gegeven om met zijn vrienden feest te vieren. Nochtans vertelt het begin van de parabel dat de vader hem de helft van zijn bezit heeft geschonken. Dat is veel meer dan een geitenbokje. Blijkbaar is de groothartigheid van zijn vader ontgaan aan deze al te voorbeeldige man. Hij kan zelfs niet vermoeden wat het betekent dat zijn vader verlangt dat hij leeft en bemint. Deze zoon verkiest de steriele veiligheid van het onpersoonlijke ‘mag wel’ of ‘mag niet’.
Over de oudste zoon vertelt Jezus niet of hij uiteindelijk kiest om deel te nemen aan het feest. De indruk wordt wel gewekt dat de drempel voor hem hoog is. Wat vaststaat, is dat ook hij van harte wordt uitgenodigd door de vader. De vader, God met andere woorden, houdt evenveel van al zijn kinderen.
Nikolaas Sintobin is jezuïet. Hij is internetpastor en schrijver.